De effectentaks 2.0

Op 6 januari 2021 werd het wetsontwerp tot invoering van een (nieuwe) effectentaks gepubliceerd. Hierbij een stand van zaken.

Hoewel het wetgevend proces nog verder moet doorlopen worden en teksten dus nog kunnen wijzigen, is de kans reëel dat de tekst quasi ongewijzigd zal worden aangenomen.

Wat ligt er op tafel?
De effectentaks 2.0 zal verschuldigd zijn op effectenrekeningen waarvan de gemiddelde waarde tijdens de referentieperiode (1 oktober tot 30 september) meer bedraagt dan 1.000.000 EUR.
Anders dan onder de eerste – in 2019 vernietigde – effectentaks die berekend werd op persoonsniveau en op geconsolideerde basis, wordt de effectentaks 2.0 een taks berekend op elke effectenrekening afzonderlijk. Rekeningen zullen bijgevolg niet meer moeten samengeteld worden! Het aantal titularissen of hun hoedanigheid op de rekening (bv. vruchtgebruiker of blote eigenaar) is bijgevolg van geen belang.

Berekening van de effectentaks.
De waarde van elke effectenrekening afzonderlijk zal op het einde van elk kwartaal (‘referentietijdstip’) vastgesteld worden – de eerste keer vermoedelijk op 31 maart 2021. Alle foto’s zullen op het einde van de referentieperiode opgeteld worden en gedeeld worden door het aantal foto’s en zo bekomt men dan ‘de gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten’ van de effectenportefeuille. Bedraagt die meer dan de drempelwaarde van 1.000.000 EUR, dan zal de effectentaks van 0,15% aangerekend worden. Zo niet, dan zal de taks niet verschuldigd zijn.

Bepalen van de belastbare basis.
De ‘belastbare financiële instrumenten’ zijn alle financiële instrumenten, zoals onder meer diegene bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, en geldmiddelen, die worden aangehouden op een effectenrekening.
Hieruit kan o.m. worden afgeleid dat geldmiddelen die worden aangehouden op een zicht-, spaar- of termijnrekening niet aan de effectentaks zullen onderworpen worden.
Daartegenover staat dat er in vergelijking met de eerste effectentaks veel meer financiële instrumenten gevat worden: uiteraard blijven de aandelen, obligaties en fondsen ‘in scope’, maar daarbij komen nu bijvoorbeeld ook trackers.
Bovendien is het toepassingsgebied veel ruimer dan voorheen. Waar de vorige effectentaks enkel van toepassing was ten aanzien van natuurlijke personen (inclusief maatschappen) zal de nieuwe taks ook gelden voor vennootschappen, stichtingen, VZW’s, verenigingen, verzekeringsmaatschappijen, juridische constructies (Kaaimantaks), … .

Hoe geraakt de effectentaks 2.0 tot bij de Belgische fiscus?
Net zoals onder de effectentaks 1.0 zullen de Belgische banken (moeten) opereren als een vooruitgeschoven ontvangkantoor van de fiscus. Concreet betekent dit dat t.a.v. bij Belgische banken aangehouden effectenrekeningen, de volledige administratie bij die Belgische banken ligt. Dit wil zeggen: tijdige berekening, inhouding, aangifte en betaling van de taks. De termijnen zijn hetzelfde gebleven: uiterlijk eind oktober 2021 krijgen alle rekeninghouders een overzicht met daarop alle relevante informatie en uiterlijk 20 december 2021 moet de aangifte én de betaling bij de fiscus aangekomen zijn. Wat de effectenrekeningen ‘in scope’ betreft die buiten België worden aangehouden, daarvoor zal/zullen de rekeninghouder(s) zélf tijdig het nodige moeten doen: niet alleen alle relevante informatie verzamelen, maar ook de berekening maken, een elektronische aangifte via MyMinfin indienen ‘uiterlijk op de laatste dag voor de indiening van de aangifte in de personenbelasting’ én tijdig betalen, d.w.z. ‘uiterlijk op 31 augustus van het jaar volgend op het einde van de referentieperiode’.

Opgelet voor fiscaal misbruik.
Het spreekt voor zich dat velen nog een poging zullen wagen om de taks alsnog te omzeilen. Hou er evenwel rekening mee dat op 4 november 2020 reeds een publicatie in het Belgisch Staatsblad verscheen waarin beschreven staat welke handelingen (onweerlegbaar) als fiscaal misbruik zullen beschouwd worden, en dit met ingang vanaf 30 oktober 2020:
-  Het splitsen van een effectenrekening waarbij effecten worden verplaatst naar één of meerder rekeningen.
-  De overplaatsing van een effectenrekening of van een bestaande TAK 23-verzekeringsovereenkomst naar een TAK 23-verzekeringsovereenkomst afgesloten met een buitenlandse (bv.  Luxemburgse) verzekeringsonderneming.
-  Het omzetten van aandelen op naam zodat ze niet langer meer op een effectenrekening worden aangehouden.
-  ….

Niet aftrekbare kost.
Tot slot stelt het wetsontwerp dat in zoverre natuurlijke personen de effectenrekening beroepsmatig aanwenden (wat eerder de uitzondering is) of indien de effectenrekening wordt aangehouden door een Belgische vennootschap, de betaalde effectentaks 2.0 een niet-aftrekbare kost (‘verworpen uitgave’) zal zijn.


Conclusie.
De nieuwe effectentaks 2.0 lijkt een feit en werd in de begroting reeds opgenomen voor een bedrag van 430 miljoen euro aan extra belastinginkomsten. Alleen is niet iedereen overtuigd dat de taks deze keer de toets van het Grondwettelijk Hof wel zal doorstaan. Zo is er sprake van willekeur bij het bepalen van de grens van 1 miljoen euro. Iemand met 2 effectenrekeningen van 750.000 euro moet namelijk geen taks betalen. Ook de Belgische verzekeringsfederatie Assuralia legt zich niet neer bij de huidige wettekst en vraagt een aanpassing van de wet. Ze stelt voor tak 23-fondsen niet langer te belasten in hoofde van de verzekeraar, maar in hoofde van de belegger en alleen als die meer dan 1 miljoen euro in het fonds heeft.
Eén zaak is alvast wel duidelijk, net zoals bij de eerste effectentaks vallen aandelen op naam en buitenlandse levensverzekeringen niet binnen het toepassingsgebied van de nieuwe taks!

 

 

Redactie: Mathias Mortier – Connect